geselecteerd als gefixeerd bericht
De Kijkdoos van Gerco

Welkom op mijn website. Kijk gerust rond. Een website of een blog is eigenlijk een elektronische kijkdoos of niet soms? Vandaar dat ik deze weblog de kijkdoos van Gerco heb genoemd.
De Kijkdoos van Gerco

Welkom op mijn website. Kijk gerust rond. Een website of een blog is eigenlijk een elektronische kijkdoos of niet soms? Vandaar dat ik deze weblog de kijkdoos van Gerco heb genoemd.
Het was 21 juli.Op een hete zaterdag ging ik naar Heeg voor een zeilzwerftocht met de splinternieuwe catamaran Beatrix en de Sterretij. De week ervoor was er al een hittegolf geweest. Zo rond 10:00u ‘s morgens stond de thermometer al op 28 graden celsius. In de gang had ik een slaapzak, rugtas en een grote sporttas met kleren en slaapspullen klaargezet. Volgens de weersvoorspelling kon er een flinke regenbui vallen, maar er was geen grijs wolkje in de lucht. Nadat ik me gewassen, geschoren had en me tanden gepoetst had ik mijn toilettas ingepakt. Deze kon ik nog snel even in de sporttas doen. Intussen had mijn vader met enige moeite de rolstoel in de kofferbak van de auto gekregen, met mijn rugzak. Rond 11:00u vertrokken we, mijn vader, mijn moeder en ik, vanuit Alkmaar op weg naar Friesland. De temperatuur was intussen opgelopen naar 30 graden. Deze week zouden we weer een hittegolf krijgen. Gelukkig had mijn vader airconditioning aan boord. Na anderhalf rijden kwamen we in Heeg aan. We waren er ruim op tijd. Daarom gingen we eerst even wat eten bij een restaurant. Nadat we een broodje en wat te drinken op hadden gingen we de schepen opzoeken. Met mijn moeder bracht ik de spullen in mijn rolstoel naar de Sterretij. Mijn vader wilde graag bij de auto blijven, vanwege de hitte. Aan boord werd ik eerst begroet door Mark, de schipper van de Sterretij, Sjoerd de schipper van de Beatrix en Maurits die als maat mee ging. Op het dek hadden we mijn tassen en slaapzak neergezet. Hierna reed ik via een loopplank door naar de Beatrix, waar ik wat te drinken kreeg. Hier nam ik afscheid van mijn moeder. Nadat bijna iedereen er was, gingen we naar de eetruimte van de Sterretij. We moesten nog even wachten op een paar vrijwilligsters die bezig waren met boodschappen. Nadat die er waren, ging Sjoerd iets vertellen over de regels op de Sterretij en wat over veiligheid aan boord. Hierna liet hij een paar kaarten zien, met mogelijke vaarroutes. Toen hij daarmee klaar was en iedereen zich had voorgesteld, konden we een slaaphut uitzoeken. Hierna gingen we aan boord van de Beatrix en vertrokken we richting Stavoren aan het IJsselmeer. Onderweg begon het te regenen. Ik had mijn zeilkleding nog in mijn hut liggen aan boord van de Sterretij. Die voer achter ons aan. Gelukkig waren er aan boord van de Beatrix ook zeiljassen en broeken. Op de marifoon hoorden we dat er op het IJselmeer kans was op onweer met zware windstoten. Toen we ‘s avonds in Stavoren aankwamen hield het op met regenen en begon het weer warm te worden. Hier had ik mijn zeilkleding weer uitgetrokken. Het zitkussen van mijn rolstoel was nat geworden, ondanks dat ik daar op had gezeten. ‘s Avonds merkte ik voor het naar bed gaan dat mijn broek van achteren nat was geworden. Deze had ik over een stoel te drogen gelegd.
Zondag, de volgende morgen was alles weer droog. We vertrokken al vroeg. Ik had mijn zeilkleding uit mijn tas gepakt en deze in de kajuit gelegd van de Beatrix. ‘s Middags kwamen we bij de Lorentzsluizen aan bij de afsluitdijk. Hier gingen we het Wad op. In de buurt van Harlingen, was ik bezig met het hijsen van het Wishbone zeil. Deze hangt tussen een soort grote surfstang. Hier voer net een grote boot van de douane langs. Deze veroorzaakte flinke golven. Blijkbaar voeren wij net over een ondiep gedeelte. Het was raak, ik stond met mijn rug naar de boeg gekeerd, maar kreeg een mini tsoenami van over me heen. Weer nat. Door de zon was alles snel weer droog. Tegen de avond gingen we ergens tussen Vlieland en Ameland voor anker. De zonsondergang was prachtig.
Maandag moesten we om 7 uur aan dek zijn. De zon kwam net op. In het water zag ik de eerste zeehond zwemmen. We gingen naar Schiermonnikoog. ‘s Middags voeren we in de buurt van Ameland langs een zandbank met een kolonie zeehonden. Bij Schiermonnikoog bleek dat de haven vol lag en er geen rolstoeltoegankelijke aanlegplaats beschikbaar was. Het brood van intussen op en de lift aan boord van de Sterretij deed het niet goed. Daarom besloten we eerst naar Lauwersoog te gaan om onderdelen hiervoor te halen en boodschappen te doen. Hier was ik van boord gegaan en had wat foto’s gemaakt. ‘s Avonds was de lift weer opgelapt en konden we op een verantwoorde wijze hiervan gebruik maken.
Dinsdag gingen we weer een poging ondernemen om op Schiermonnikoog terecht te komen. Onderweg had Sjoerd contact opgenomen met de havenmeester. Helaas was er weer geen plek. We waren nu 4 dagen verder en moesten werken aan een plan voor de terugtocht. We besloten toen om binnendoor naar Harlingen te varen en hier weer het Wad op te gaan. Misschien konden we nog even droogvallen met de Sterretij. Nadat we een stel sluizen waren gepasseerd kwamen we op het Lauwersmeer terecht. Hier mocht ik achter het stuur. Op het dek van de Beatrix is een platformlift. Hierop zit het stuurrad. Nadat ik de lift omhoog had gebracht, had ik een prachtig uitzicht over dit meer. Via de Dokkummer Ee kwamen ‘s Avonds in Leeuwarden aan. Hier gingen we naar de bioscoop en hadden we Pirates of the Caribean 2 gezien. Een paar andere mensen van onze groep hadden hier geen zin in en gingen naar een andere film. Op de terugweg van de bioscoop viel me op dat de bruggen van Leeuwarden van onderen mooi verlicht zijn met blauwe lampen. Bij de boot vertelde Sjoerd dat de brug waar we langs moesten, om 6 uur open was. Eline een van de vrijwilligsters vond dat erg vroeg. Ze vond dat deze tocht op een Beurtveerrace begon te lijken. Na overleg werd daarom besloten om 11:00 uur te vertrekken.
Woensdag gingen we naar Harlingen. Onderweg gingen we een spel doen. Iedereen werd in teams van 3 verdeeld en moesten we ons bezighouden met een zeil. Dus hijsen en laten zakken met vallen, bijstellen met de schoten. Zo leer je de boot goed kennen en kom je te weten wat een Ginaker, Genua, Fok, Wishbone, Bezaanfok en Bezaan is. Om5:00 uur ‘s middags kwamen we in Harlingen aan. We lagen bij een hoge steiger. De loopplank was dus ook erg steil. Ik had gezien hoe ze iemand in een electrische rolstoel aan touw de wal hadden opgesleept en hoe ze al glijdend weer de plank af kwamen. Ik had hier niet zo’n trek in. Ik had in mijn rugzak een blaadje gestopt en heb lekker zitten lezen.’s Avonds gingen we weer het Wad op. Van het droogvallen kwam weinig terecht. Toen het donker begon te worden, werd het tijd om zwemvesten aan te trekken. Even later zag ik weerlichten boven het Friese vaste land. Gelukkig bleef het voor ons bij een paar spetjes. Na een paar uur varen op het Wad, kwamen we weer bij de Sterretij aan.
Donderdag vertrokken we richting Stavoren. ‘s Middags kwamen we aan bij de Stevinsluizen aan de Afsluitdijk bij Den Oever. Na een paar uur varen over het IJsselmeer kwamen we aan bij Stavoren. Bij Warns gingen we op een meer voor anker. Een paar mensen van onze boot gingen hier even zwemmen. ‘s Avonds kregen we een bord met verschillende soorten indiase curry te eten. Het was de bedoeling om dit op indiase wijze met de rechterhand te eten. Aangezien indiërs hun achterste afvegen met hun linker hand is het ook niet al te fris om deze te gebruiken bij het eten. Na enige tijd vond ik dit wat onhandig, en had daarom stiekem een lepel gepakt. Dat ging wat vlugger. Iemand vroeg ook of Indiërs mochten boeren bij het eten. Dat deed ik dus. Ingrid een van mijn zeilgenoten zei toen tegen me: “Gerco we zitten hier in Nederland hoor!!â€.
Vrijdag gingen we weer op weg naar Heeg. Maurits, een maat, ging nog even achter de boot waveboarden. Om 15:00 kwamen we op onze eindbestemming aan. Hier gingen we nog een evaluatiegesprek houden over de tocht en de boot. Ik vind de Beatrix een verbetering tov zijn voorganger de Zonnetij. Er is meer ruimte. Meer zeiloppervlak en meer gemak. Je kan een zeil in je eentje hijsen, door een betere lier. Er is ook duidelijk dat een aantal dingen beter kunnen. O.a. het stuur wordt nog in hoogte verstelbaar gemaakt zodat alle meters goed zijn te zien voor de roerganger.
Na een tijdje zag ik mijn moeder aankomen. In de auto op weg naar huis vertelden mijn ouders dat ze een alternatieve route hadden genomen. Ze waren daardoor wat laat. Onderweg, bij het plaatsje Gaastmeer bleek dat we weer een verkeerde weg hadden genomen. Gelukkig kwamen we toch in Alkmaar aan.
Een tas met kleren, toiletspullen, een rolstoel, een fototoestel en een slaapzak. Waarom? Ik ga morgen 22 juli mee met een 7 daagse zeil zwerftocht over de friese meren en misschien wel het Wad en het IJsselmeer. Deze tocht wordt gemaakt met de catamaran Beatrix. Dit is een spiksplinter nieuwe zeilboot van Nebas Watersport accommodaties. De Beatrix is net als de Zonnetij een tweemaster. Hij ziet er robuust uit. Een boot waarmee je lekker kan toeren. In April en Mei werd met dit schip een promotietour gehouden door heel Nederland. Ik was in mei met vakantie in Zeewolde. Toen ik naar huis ging, lag de Beatrix in de Batavia haven in Lelystad. Daar ben ik nog even langs geweest. Toen ik er aan kwam, was de loopplank nog niet uitgelegd. Nadat dit voorelkaar was, probeerde ik voorzichtig uit. Het was een beetje steil. Ik merkte dat het wat glibberig aanvoelde met mijn kruk. Gelukkig hadden ze aan boord nog een rolstoeltje. Zo werd ik aan boord gereden. Daar stapte ik uit. Aan dek zag alles er netjes uit. Bij de lieren stond keurig aangegeven welke schoot daarmee werd bediend. (Een schoot is een kabel of een touw waarmee je een ziel strakker aan kan trekken of kan laten vieren). Er zijn nog een paar goeie dingen op te noemen. Deze boot is een stuk groter en breder dan zijn voorganger de Zonnetij. Het bezaan zeil zit opgerold in de giek. In totaal is de Beatrix 18 meter lang. De kajuit is een stuk groter. Bij het roer is een platformlift gemaakt, zodat de roerganger in een rolstoel goed bij het stuur kan komen. De Beatrix kan ook bestuurd worden met een joystick. Hierdoor kunnen mensen in een electrische rolstoel en die niet al te veel kracht hebben sturen. Het viel me op dat alles op de boot gelijkvloers was. Dus geen hellinkjes bij de ingang van de kajuit. Wat het risico op een vervelende glijpartij kan verminderen. Ik weet niet of dit schip een spinaker heeft. Lijkt me wel mooi. Dat is even afwachten..
Reisverslag zwerftocht Zonnetij 2005.
De afdeling Nebas Watersportaccomodaties organiseert jaarlijks georganiseerde zeiltochten voor mensen met een handicap. Het is de bedoeling dat deze mensen zoveel mogelijk zelf zeilen. Er is een grote zeilklipper van 33 meter lang, De Lutgerdina. Een eiland in de Loosdrechtse plassen, waar je bijvoorbeeld kan roeien, kanoën, waterskiën en zeilen en een zeilcatamaran “Zonnetij”met een binnenvaartschip “Sterretij”, waar je ‘s avonds kan verblijven en eten, terwijl er overdag op de Zonnetij wordt gevaren. Dit jaar was ik mee op een zwerftocht van de Zonnetij en de Sterretij.
Het was een druilerige zaterdag op 23 juli 2005. In mijn blauwe rugzak had ik een boek van Clive Cussler, fototoestel, een telezoomlens, een zaklantaarn, etc, etc. In een grote witte tas zaten mijn kleren en in een zwarte sporttas had ik een slaapzak, een paar kussenslopen, een hoeslaken en mijn toiletspullen. De weersberichten zagen er matig uit. Wat zon en veel buien. Ik had gemengde gevoelens over de geboekte zeilweek die ik zou gaan maken. Zouden we inderdaad veel regen krijgen? Gelukkig had ik mijn zeilpak mee, waarin ik de afgelopen jaren lekker droog en warm was gebleven. Zo rond half 11 stapte ik bij mijn ouders in de auto en gingen we op weg naar Heeg. In de brief die ik van Nebas Watersportaccommodaties had gekregen, stond dat ik om 2 uur ‘s Middags bij de Sterretij moest zijn. We kwamen om ongeveer 12:30 in Heeg aan. Veel te vroeg. Het spetterde een beetje en we zochten een restaurantje op waar we wat dronken en een broodje kroket aten. Na een uur gingen we op zoek naar de ligplaats van de Zonnetij en de Sterretij. Ik moest van mijn vader de routebeschrijving lezen. Prompt las ik iets verkeerd. Ik dacht dat we tussen 2 kerken rechts de weg naar de Passantenhaven moesten nemen. Er stond dat er aan de rechterkant 2 kerken lagen. We moesten de weg er tegenover nemen. Gelukkig zag mijn vader dat meteen. Ik ben geen ster in kaarten lezen en routebeschrijvingen.
Even later kwamen we aan bij de Passantenhaven. Het begon harder te regenen. Ik was in mijn rolstoel gestapt en had mijn zeiljack aan getrokken. Ik kreeg mijn blauwe rugzak achterop en mijn grote sporttas op mijn schoot. Daar vonden we de twee boten waar we naar op zoek waren. Ik had een deelnemerslijst waar ik eigenlijk geen bekenden op zag. Bij de Sterretij, een binnenvaartschip waar we zouden slapen, werd ik eerst begroet door Mark en Fokke die ik beiden nog kende van de Beurtveerrace. Ik had met hen deelgenomen aan deze zeilrace op het IJsselmeer in oktober. Op de boot moest ik eerst een traplift af. Daarna liet Fokke mijn slaaphut zien. Ik moest daarvoor een trapje af van 4 treden. Dat was voor mij niet zo’n probleem. In het dagelijks leven loop ik met krukken. Er stonden twee bedden. Daar hadden we mijn tassen neergezet. Tegenover mijn slaapplaats was nog een hut voor 2 mensen. Die sliepen in een stapelbed. Net als in mijn hut hing daar, aan de wand, geen wastafel. De rest van de slaaphutten liggen langs de gang; die hebben wel een wastafel en zijn prima toegankelijk voor rolstoelgebruikers. We gingen door naar de keuken en eetruimte. Daar werd ik begroet door Jochem, Die kende ik ook van de Beurtveertocht, en maakte ik o.a. kennis met Hetty en Carla. Na een tijdje stond de keuken vol met mensen. Mijn ouders bleven niet lang en gingen er weer vandoor. Toen iedereen aan boord was en alle brengers waren vertrokken, kregen we uitleg over de veiligheidsregels. Daarna ging Fokke (de schipper van de Zonnetij) uitleggen wat de mogelijkheden waren voor de tocht. We besloten eerst om richting Waddenzee te gaan, en dan via een paar dorpjes aan het IJsselmeer terug te gaan naar Heeg. Onze eerste bestemming werd een ankerplaats op het Pikmeer vlakbij Grou.
Even later moesten we ons klaarmaken voor onze eerste zeildag met de Zonnetij, een catamaran met 2 masten, waar ik ongeveer 5 jaar geleden eerder op had gevaren.. Ik had snel even mijn slaapzak uitgevouwen op mijn bed en mijn kussen in de slopen gestopt. Van mijn moeder had ik 2 kussenslopen gehad. Een daarvan was van badstof. Mijn moeder had me de vorige dag gezegd, dat ik die beiden om het kussen kon stoppen. Het hoeslaken paste niet. Gelukkig zat er al een om het matras. Mijn boek had ik in een kastje gestopt met een accu- oplader voor mijn camera. Ik had mijn zeilbroek even aan een vrijwilligster gegeven en gevraagd of ze die alvast op de Zonnetij wilde leggen. Toen ik op de Zonnetij aankwam en de kajuit in ging lag mijn zeilbroek er niet. Iemand had hem per ongeluk gegeven aan Marcel, waarmee ik mijn hut deelde. Gelukkig was het opgehouden met regenen. Op de boot moesten we eerst de hoezen van de zeilen halen. Jochem liet de giek van de bezaan een stukje zakken. Nu konden Marcel en ik de bandjes van de hoes losmaken, deze eraf trekken en opvouwen.
Zo ging het ook met het grootzeil. De grote mast staat op het dak van de kajuit. De hoes van het grootzeil werd daarom eraf gehaald door vrijwilligers, die op het dak van de kajuit konden klimmen. Daarna werd de rolfok en het grootzeil gehesen. Onderweg genoot ik van de tocht over het water. ‘s Avonds kwamen we, via het Prinses Margriet kanaal, op onze eindbestemming aan. Daar mocht ik het grootzeil intrekken. Op de Sterretij, die achter ons aan had gevaren, kregen we Spaghetti te eten. Om half 11 vond ik het tijd worden om te gaan slapen. De Sterretij heeft 1 badkamer. We hadden afgesproken dat een aantal mensen ‘s avonds konden douchen en ‘s morgens de rest. Het viel me op dat er geen douchezitje was. Gelukkig waren er nog plastic tuinstoeltjes. Daarmee lukte het ook.
Zondag 24 juli .De volgende dag gingen we door naar Leeuwarden. Ze waren een dag te laat met de voorspelling dat het zonnetje kon gaan schijnen. Dat was nu gelukkig wel het geval. In Leeuwarden besloten we richting Dokkum te varen. Onderweg in Birdaard moesten we een uurtje wachten op de Sterretij en gingen we even aan de kant. Ik had daar een paar foto’s gemaakt. Nadat de Sterretij aan kwam waren we weer verder gegaan.
‘s Avonds lagen we in Dokkum. Tijdens onze nasi maaltijd op de Sterretij zag ik grote druppels op de ramen vallen. De regen viel met bakken uit de lucht. Toch hadden we een hele mooie dag gehad.
Maandag 25 juli scheen ‘s morgens het zonnetje weer. Ik hoopte dat we weer een mooie dag zouden krijgen. We waren deze dag van plan om via het Lauwersmeer naar Ameland te varen. Toen ik door een raam keek, zag ik dat de Zonnetij aan de andere kant van de gracht lag. Even later ging ik naar buiten en daar zag ik Jochem, een van de maten, staan. Hij zei dat er vlak achter ons een brug stond. Ik was samen met Marcel de brug overgestoken en naar de Zonnetij gegaan. Bij de boot aangekomen, zag ik Jan Tijmen een van de reisgenoten in zijn rolstoel bij de brug. Hij had moeite om de stoep op te komen. Als hij even doorreed had je een opritje, maar daar maakte hij geen gebruik van. Even later zag ik de brugwachtster aankomen. Ik dacht dat Jan Tijmen het wel goed voor elkaar had. Die meid met lange blonde haren en een zonnebril, zag er op 50 meter niet onaardig uit. Nadat ze, samen met Jan Tijmen, bij de boot aankwam, viel me op dat ze toch behoorlijk wat ouder was.
Onderweg ‘s middags begon het te regenen. Ik had die dag zelf mijn zeilbroek in de kajuit neergelegd van de Zonnetij. Mijn rolstoel stond daar ook.. Op mijn reis 5 jaar geleden met de Zonnetij was ik geen enkele keer uitgegleden. Het had toen ook nauwelijks geregend.
Binnen in de kajuit had ik mijn zeilbroek aangetrokken en ging weer naar buiten. Een paar uur later moest ik even naar het toilet in de kajuit. Door de regen was het hellende gangetje in de kajuit spiegelglad geworden. Ik gleed uit en daarbij sloeg mijn linkerbeen dubbel. Jitske en Hetty, beiden vrijwilligsters, hadden het zien gebeuren. In het begin viel het wel mee met de pijn, maar toen ik even later uit het toilet kwam toen begon het toch erger te worden. Het leek me verstandig om toch maar in mijn rolstoel te gaan zitten. Buiten vroeg Jitske aan me of de pijn in mijn been erger was geworden. Ze vertelde me dat ze fysiotherapeute was. Als het de dag erop nog erger zou worden, moest ik het even tegen haar zeggen. Ze wilde er dan even naar kijken. Ik vertelde haar dat ik vroeger aan een heupluxatie had. Daarbij is het dijbeen uit de kom van de heup. Bij die operatie was een spier verlegd om te voorkomen dat het weer opnieuw kon gebeuren. Helaas was het gedeeltelijk mislukt. Jitske wist welke operatie dat was. Daardoor heb ik ook minder kracht in de knie van mijn linkerbeen. Het risico om daar wat te blesseren of te breken bij een val is daardoor groter.
Om ongeveer 8:00u ‘s avonds lagen we met de Sterretij en de Zonnetij ergens op het Wad ongeveer ter hoogte van Lauwersmeer. De stand van het water was laag. Ondertussen was het opgehouden met regenen. We hadden een mooie blauwe hemel met wat wolken. Als we tijdig in de haven van Ameland wilden aankomen, moesten we uiterlijk om half elf, een paar uur later vertrekken. Hopelijk konden we dan de haven om ongeveer 3 uur ‘s ochtends bereiken. Ons avondeten kregen we op het dek van de Zonnetij. Na de maaltijd ging Mark, de schipper op de Sterretij, ons iets uitleggen over getijden en zandbanken. Je kunt niet rechtstreeks van het vaste land naar een waddeneiland varen. Het Wad ligt vol met zandbanken, waar je met een boot op kunt vastlopen. De route wordt aangegeven met boeien. Sommige plekken zijn alleen bereikbaar als het waterpeil hoog genoeg is, om over een zandbank heen te komen. Het was niet verplicht om tijdens deze tocht aan boord te blijven van de Zonnetij. Je kon er ook voor kiezen om op de Sterretij te gaan slapen, die dan ongeveer anderhalf uur later kon vertrekken richting Ameland.
Bijna iedereen koos de eerste optie, ‘s nachts doorvaren op de Zonnetij. Ik hou eigenlijk niet van langdurige nachtelijke tochten, maar ik besloot toch ook om hieraan mee te doen. De dag erop konden we uitslapen tot half elf. Nadat Mark klaar was met zijn uitleg over getijden, bleef ik op de boot. Het was inmiddels half 10 en voor dat uurtje wilde ik niet overstappen op de Sterretij. Even later had ik mijn sweatshirt, mijn zeilbroek en mijn zeiljas aangetrokken. Ik wist dat het tijdens zo’n tocht ‘s nachts behoorlijk koud kon worden. Fokke zei tegen ons dat hij een route had opgeschreven, waarbij we de nummers op de boeien moesten volgen. Hij ging aan het roer. Op de boeg waren een paar mensen met een zoeklicht en een verrekijker. Zij moesten de boeien opsporen. In de kajuit zat iemand die op de kaart moest kijken en voor de routebeschrijving. De mensen in rolstoelen (ik dus ook) moesten eerst achter op de boot blijven en de stoelen op de rem. We kregen allemaal zwemvesten aan, wat verplicht is bij het varen in het donker. Even later vertrokken we. Het ging best wel hard. Een uurtje later kwamen we in een diep stuk diep water terecht. De boot schommelde behoorlijk, hoewel deze catamaran behoorlijk stabiel is. Na een uur varen door dit stuk, kwamen we weer in ondiep water terecht. Het werd toen weer wat rustiger. Op een gegeven moment hoorden we dat de roeren de zandbodem raakten. We moesten toen van Fokke allemaal naar voren, zodat de achterkant dan minder belast werd. Iemand moest met een lange stok af en toe even voelen of het ondieper werd. Nadat we ongeveer 2,5 uur onderweg waren, misten we een boei op onze weg. De enige mogelijkheid was nu wachten op de Sterretij die ons verder erdoorheen zou loodsen. Die had een radar en een goeie dieptemeter. Even later zagen we de Sterretij aan bakboord (links). Ze scheen af en toe met een zoeklicht op ons. Zo gingen we achter haar aan.
Een uurtje later waren we er vlakbij. Fokke zei dat we goed op moesten letten dat we niet tegen haar aan zouden varen. Hij kon weinig zien door de voorste zeilen. Na een tijdje vroeg Mark aan ons vanaf de Sterretij waar de laatste boei was, die we waren gepasseerd. Daar werden beide boten flink aan elkaar vastgesjord. Daarna moesten we zo snel mogelijk op het voordek klimmen, een ongebruikelijke doorgang. Ik moest uit mijn rolstoel en mijn krukken meenemen. Ik wist niet wat er precies aan de hand was. Het zag er niet naar uit dat we in gevaar waren. Eerst werd de reling losgemaakt en werd er een plank op gelegd. Nadat er een paar mensen voor me zo overgingen naar de Sterretij ging ik zittend op mijn achterste over de plank naar de andere boot. Op de Sterretij werd ik overeind geholpen en hadden ze mijn rolstoel en mijn tas ook overgebracht. Het was inmiddels half vier. Ik was inmiddels doodmoe van deze hectische en spannende tocht. Gelukkig mocht ik meteen naar mijn slaaphut.
Ik werd ongeveer om een uur of 10 wakker en voelde me weer een beetje uitgerust. Mijn knie voelde wat beter aan en was gelukkig niet stijf en dik. Bij het ontbijt hoorde ik dat we waren drooggevallen en dat was de eerste keer voor de Zonnetij. Dat was niet de bedoeling. Gelukkig hadden de kieltjes en de roeren het gehouden. Toen het water hoog genoeg was had. Mark de motoren aangezet op de Sterretij, om te kijken of ze los konden komen. Zou dat niet lukken dan was het mogelijk dat we een maand vast kwamen te zitten. Gelukkig ging alles goed. ‘s Middags gingen we weer varen met de Zonnetij. We hoorden dat de haven van Ameland inmiddels vol was. Het was prachtig weer. Onderweg zagen we af en toe zeehonden in het water hun kop opsteken. Ook passeerden een zandbank waarop een zeehond op zijn rug lekker van het zonnetje lag te genieten. ‘s Avonds gingen we voor anker ergens op het Wad in diep water.
Het was inmiddels woensdag en we moesten weer terug naar Heeg. Ik had die dag vrijwel geen last meer van mijn knie. Ik had bij mijn glijpartij een paar dagen geleden blijkbaar alleen een bloeduitstortinkje opgelopen. Een meevaller. We besloten naar Makkum te gaan, langs de Friese kust.Onderweg met de Zonnetij begon het in de buurt van Harlingen te motteren. Om ongeveer 5 uur in de middag kwamen we in Makkum aan. Hier gingen we bij een hotel-restaurant wachten tot de Sterretij er was. Die moest een andere route volgen vanwege zijn diepgang. Bij het hotel-restaurant had ik een glas warme chocolademelk gedronken met slagroom. ‘s Avonds op de Sterretij hadden we een lekkere maaltijd met zalm. In de zalm zaten 2 stokjes. Daar kregen we ook een waarschuwing voor. Prompt verslikte Henny, een van de vrijwilligers, zich in een stokje in zijn zalm. Even later kwam de huisarts. Henny had gelukkig niet veel last van het stokje in zijn keel. De arts kon het er niet zo uit krijgen en daarom moest hij naar het ziekenhuis. ‘s Avonds zaten we even gezellig met een groepje in de stuurhut. Zo rond een uur ‘s nachts was Henny er weer. Ze konden het stokje in zijn keel niet meer terug vinden. Hij had het blijkbaar doorgeslikt.
De volgende dag konden we nog eventjes inkopen doen in Makkum, en het dorp bezichtigen. Om 1 uur ‘s middags moesten we weer op bij de Sterretij zijn. Even later gingen we op weg. Op het IJsselmeer voeren we langs dorpen als Workum en Hindeloopen. Die dag scheen het zonnetje weer fijn. Het was wel een beetje heiig. In de buurt van Hindeloopen vroeg Fokke waar we naar we daar naartoe zouden gaan. We konden terug naar Workum of doorvaren tot Stavoren. We besloten naar Stavoren te gaan. ‘s Avonds hadden we een patatje gegeten op de steiger in de haven.
Op de laatste dag moesten we onze spullen weer pakken. Wat we opviel was, dat wij als deelnemers niet mee hoefden te helpen met het schoonmaken van de Sterretij. Wij konden even buiten op het dek genieten van het mooie weer. Nadat ze o.a. klaar waren met de keuken konden we weer op weg naar onze thuishaven in Heeg. Toen we met de Zonnetij de sluizen waren gepasseerd, werden we ingehaald door de Sterretij. Even ervoor kreeg ik van Fokke een digitale camera en hij vroeg me of ik van de Sterretij foto’s wilde maken als hij ons passeerde. Even later vroeg Jochem of ik de fok kon hijsen. Nadat ik daarmee klaar was. Moest ik van Jochem even naar Fokke gaan. Die vroeg aan mij of ik nog wilde sturen. Dat leek me wel leuk. Toen we bij een brug aankwamen nam Fokke het stuur eventjes van me over. Nadat we de brug waren gepasseerd kreeg ik weer het roer. Een uurtje later zagen we de Sterretij die op ons lag te wachten. We gingen een experimentje doen. Fokke nam het stuur weer van mij over en voer langs de boeg van de Sterretij; daar gooide Mark een kabel over die we aan de achterkant vastmaakten. De motor stond niet aan. Helaas lukte het de eerste keer niet om de Sterretij met onze catamaran zeilend te slepen. Toen probeerden we het nog een keer op het Heegermeer. Hierbij kregen we de wind pal achter ons in de zeilen. We lagen dus voor de wind. Deze keer lukte het wel, al ging het niet al te hard. Ik zat nog steeds op mijn plek en mocht van Fokke weer sturen. Ik heb een rijbewijs B en nog nooit gereden met een aanhanger, laat staan gevaren met een combinatie van een zeilende catamaran met een binnenvaartschip op sleeptouw. Ik mocht niet te scherp draaien, anders konden we scharen. Na een tijdje werd de lijn weer losgemaakt. Om ongeveer 3 uur ‘s middag zagen we de haven van Heeg. Hier nam Fokke het roer weer over. Ik heb geen vaarbewijs en laat het afmeren daarom maar liever aan de schipper over. Bij de steiger in Heeg werd de loopplank van de Sterretij nog even omhoog gehouden. We wilden de gelegenheid hebben om rustig de tocht van afgelopen week met zijn allen na te bespreken. Mijn conclusie is dat deze zwerftocht alles had wat er in een zwerftocht hoort te zitten. Ik vond het een groot succes en er was meer uit gekomen dan ik had verwacht.
Dit is voor herhaling vatbaar. Wat mij betreft mogen er jaarlijks meer zwerftochten met de Zonnetij en de Sterretij worden gehouden. Jammer genoeg schijnt dat te duur te zijn. Andere zeilweken lijken me ook leuk waarbij, de Sterretij in Heeg blijft liggen en de Zonnetij na een tocht overdag weer terug gaat naar Heeg.
Vandaag was het hier in Alkmaar, regenachtig. Wat experimenten gedaan met kraanwater en mijn digitale camera.
Op de eerste foto had ik mijn toestel gezet in de programmastand, een ISO-waarde van 800 gebruikt en de flitser op automaat. De foto vond ik het mooiste in zwart-wit.
Bij de tweede foto had ik mijn toestel gezet op de sluitertijdvoorkeuze. Hierbij een sluitertijd van 1/15 gekozen. Het toestel koos een diafragma van F5.6. Hierbij had ik de flitser gezet op 2nd curtain shutter. Dit houdt in dat de flitser afgaat vlak voordat de sluiter dicht gaat.

Vandaag was prachtig weer. Ik had ‘s middags even een rondje gefietst door het Heilooër bos en deze foto gemaakt van een paard in de wei.

Lucille Werner heeft een boek geschreven. Het heet het leven loopt op rolletjes. Op haar website http://lucillewerner.nl/ schrijft ze er het volgende over:
Het is een trendy boek: hip, eigentijds, modern, gemakkelijk te lezen en zonder taboes. Er bestaat geen handicap, wel een uitdaging! Ik laat zien dat een handicap ook kan bijdragen aan je geluk. Dat het iets extra’s kan geven waarop een ander best jaloers kan zijn. Een aantal voor mij bijzondere mensen vertelt over hoe het was en is om met mijn handicap om te gaan. Hun reacties en soms ook hun denkfouten zijn verrassend.
Ik vertel over opvallende gebeurtenissen in mijn leven en over oplossingen die ik vond in moeilijke situaties. Tot slot leg ik uit dat we een foutje in de omgang met elkaar moeten wegwerken. En als we dat bereikt hebben, bestaan er geen gehandicapten meer en loopt het leven op rolletjes!
Van het stukje “Er bestaat geen handicap, wel een uitdaging! Ik laat zien dat een handicap ook kan bijdragen aan je geluk. Dat het iets extra’s kan geven waarop een ander best jaloers kan zijn.” word ik echt niet vrolijk.
Blijkbaar wil ze laten zien met dit boek dat je wat goeds van je leven met een handicap kan maken. Het kan ook verkeerd vallen.
Ik ken een vrouw die tot haar kin verlamd is. Haar electrische rolstoel kan ze ook alleen besturen met haar kin. Soms heeft ze ontstekingen en is ze daar doodziek van. Dat is toch geen uitdaging?
Op mijn rolstoelsportvereniging zijn ook mensen met spierdystrophie. Die zie je langzaam zwakker worden. Dat geeft echt niks extra’s waarop een ander best jaloers kan zijn. Dit wens je niemand toe.
Mijn ervaring is dat iemand met een handicap stevig in zijn schoenen moet staan. Het valt niet mee.
Toen ik van school kwam (MEAO) heb ik een half jaar gesolliciteerd. Ik heb ongeveer 80 sollicitatiebrieven geschreven voor administratieve functies. Ik kreeg regelmatig een uitnodiging voor een gesprek. Helaas liep het meestal uit op een vage afwijzing en hadden ze een betere kandidaat. Uiteindelijk kreeg ik een kantoorbaan bij een installatiebedrijf. Ik liep er eerst stage om werkervaring op te doen. Na anderhalf jaar in april 1993 kreeg ik er een vaste aanstelling. Nu werk ik er nog. Het is mijn eerste baan. In het begin liep het leven daar niet altijd voor me op rolletjes. Het werk was afwisselend en ik vond het leuk. Ik had negatieve sollicitatie ervaringen en zulk soort banen waren en zijn nog steeds zeldzaam. Dat was soms mijn enige motief om er te blijven en geen andere baan te zoeken. Maar goed het kan vriezen en dooien. Toen ik daar begon controleerde ik er facturen, ik was systeembeheerder en deed er urenverwerking. Het bedrijf groeide en op een gegeven moment had ik teveel werk en maakte ik fouten. Daarom moest ik wat werkzaamheden afstoten. Ik vond dat ik toch al zwaar werd onderbetaald voor de verantwoordelijkheden en het teveel aan werk. Ik had er daarom geen moeite mee om het systeembeheer en de urenverwerking aan een ander over te laten. Wat vervelend was dat ik ook werd beschuldigd van dingen die ik niet had gedaan. Dat waren harde lessen. Ik leerde daardoor alles aan te geven en te registreren wat ik zelf deed en hoe ik aan mijn gegevens kwam. De directie tikte mij af en toe per e-mail op mijn vingers. Zij hielden mijn e-mail verkeer in het begin scherp in de gaten. Ik kreeg daarbij ook ondersteuning in geval van moeilijke zaken. Dat laatste vond ik wel prettig. Zo kwam ik op het idee om afspraken per e-mail te maken. Daardoor werd de kans op misverstanden flink ingedamd. Nog even terugkomen op dat vriezen en dooien. De laatste 5 jaar is het er hoogzomer. Mijn inkomen is nu bijna 2x zoveel gestegen maar het is nog steeds geen topper. Toch ben ik er heel tevreden mee. Nu kan ik heel goed overweg met mijn collega’s en is er een prima werksfeer. Blijkbaar hebben ze ingezien dat ik heel gemotiveerd ben om goed werk te willen leveren. Ik heb geen moeite om over te werken als er iets op tijd af moet zijn, oftewel een deadline heeft. Die overuren worden niet extra uitbetaald.
Begin ik nu af te dwalen? Wat heeft dit met het stukje over handicap of uitdaging te maken? Nou aan dat verhaal over mijn werk kan je afleiden dat een handicap niet iets extra’s biedt waarvoor een ander best jaloers kan zijn. Hier hoef je ook geen handicap voor te hebben want het kan iedereen zo vergaan.
Ik ben vanaf vorige week 22 april tot 29 april op vakantie geweest met mijn ouders in een bungalowpark bij Sneek. We hadden daar prachtig weer. Het huisje had een mooi uitzicht over een grote plas bij het Sneekermeer met de eerste 4 avonden een mooie zonsondergang. Je kon er kano’s huren, zeilboten en waterfietsen. Dat hebben wij niet gedaan. Mijn ouders hebben helaas in het verleden, geen goeie ervaringen gehad met zeilen. Er waren ook wat minpuntjes. Op mijn slaapkamer had ik geen klerenkast en een wastafel, wel een paar ophanghaken. De slaapkamer ernaast had dat wel, maar sommige planken in de klerenkast hingen scheef en vielen bijna van ellende naar beneden. De verf op de voorkant van de bungalow lag te bladderen. Achter bij het water zag het er prima uit. De eerste dag gingen we naar het restaurant van het bungalowpark. Ik had het dagmenu besteld, vooraf boeren groentesoep met als hoofgerecht een kerriestoofschotel en daarna een ijsje. Het duurde bijna 2 uur voordat ik wat te eten kreeg. De mensen daar boden hun excuses aan. Het kon niet beter omdat er een paar mensen door omstandigheden er niet waren. Dit heb ik zelfs op een vakantie in Tsjechië niet meegemaakt. Het eten smaakte verder prima. De dag erna aten we thuis. Mijn moeder had macaroni klaargemaakt. De derde dag gingen we weer naar het restaurant. Het was rustig en we werden nu door een ander geholpen. Het eten (pannenkoeken) stond nu in een mum op tafel. Dinsdag waren we naar het scheepvaartmuseum in Sneek gegaan. Omdat we nu niet in de vakantieperiode zaten en op een werkdag was het er lekker rustig en konden we bijna alles bekijken. Ik was alleen niet op de 1ste verdieping geweest omdat er jammer genoeg geen lift was. Op de begane grond was gelukkig genoeg te zien en verder was alles aangepast. Je kon er dus ook goed met een rolstoel door rijden. Op donderdag, de eennalaatste dag gingen we weer naar het restaurant voor de poffertjes. We werden bedient door dezelfde meneer als op die eerste vrijdag toen we aankwamen. Het was een heel aardige man, maar het duurde weer een hele tijd voordat we het eten op tafel hadden. Vrijdag gingen we weer naar huis en dat vonden mijn moeder en ik heel zonde, dat uitzicht op dat water dat hebben we helaas thuis niet. Voor foto’s kan je klikken op een link bij de digitale foto’s. Staat linksonder de pagina.
Het rolstoelperspectief. Een fotoreportage over een supermarkt gezien door de ogen van een rolstoelgebruiker.
Voor mijn fotocursus kreeg ik de opdracht een fotoreportage te maken. Mijn leraar van de cursus vertelde me dat een cursiste op een markt een fotoreporage had gemaakt over de wereld gezien door de ogen van een kind. Op de foto’s stonden voornamelijk billen en benen. Het was bedoeld als een protest dat de wereld niet was gemaakt op kinderen. Dat bracht me op een idee. Ik wilde eens de wereld vastleggen zoals die wordt gezien door de ogen van een rolstoelgebruiker.
Zo ging ik vorige week zaterdag op de 26ste februari naar de supermarkt bij mij in de buurt. Omdat ik geen zin had om de kofferbak van mijn auto leeg te ruimen en de rolstoel erin te hijsen, ben ik in mijn rolstoel gaan zitten en er heen gereden. Bij het oversteken was een opritje bij de stoep net even te steil. Gelukkig kreeg ik wat hulp van een voorbijganger.

Ik had niet de grote draaideur genomen aan de voorkant, maar de schuifdeuren aan de zijkant.

In de supermarkt kan je met wat rekken een mandje pakken en door de poortjes.

Bij de groente en het fruit kan je over het algemeen goed komen.

De producten op de bovenste planken zijn niet goed bereikbaar. Ben je een liefhebber van een bepaald merk heb je een probleem. Gelukkig zijn er mensen die even willen helpen. Maar je moet wel geluk hebben. Ik vraag me af of mensen in een scootmobiel wat meer geluk hebben en wel bij de producten op de bovenste planken kunnen komen. Heb je een scootmobiel, laat dan even een reactie achter.

Ik had ooit van mijn economie leraar op de MAVO geleerd dat in de supermarkt de goedkope producten onderop staan, de dure bovenaan en merkproducten op ooghoogte. Rolstoelgebruikers kunnen wat makkelijker bij de goedkope produkten. Zo hebben rolstoelers toch nog wat voordelen.

Het is hier geen krappe boel. Je kan goed tussen de schappen doorrijden. In sommige winkels is dat een probleem. Hier niet.

Ook de bladen op de bovenste plank leveren problemen op. Hier kan je als rolstoelgebruiker niet bij komen. Hier heb je wat hulp bij nodig.

Even een kassa opzoeken.

Deze kassa’s zijn een probleem voor rolstoelers. Aan het einde is een vernauwing. Ik kan daar met wat wringen net langs. Gelukkig is er ook een kassa met een ruime uitgang waar rolstoelgebruikers en mensen met een kinderwagen goed langs kunnen komen. Daar mogen er best wat meer van zijn. In een lange rij staan is geen pretje. Ik had gezien dat er ook kassa’s gesloten waren. Sloop er een of twee tussenuit en schuif de rest wat op. De rest is dan ook geschikt voor rolstoelers en kan je er met de kinderwagen ook goed langs. Misschien praat ik hier wat te gemakkelijk over. Op het spitsuur zijn misschien alle kassa’s wel bezet.

Ik zal alles nog even op een rijtje zetten:
- De poortjes daar kan je goed langskomen. Dat mag ook geen probleem zijn want moeders met een kinderwagen moeten ook in een supermarkt kunnen komen.
- De ruimtes tussen de schappen is prima.
- De parkeergelegenheid is ook goed. Voor de ingang aan de voorkant zijn 3 invalidenparkeerplaatsen. Je hebt daar wel een draaideur. Ik neem liever de zij-ingang met schuifdeuren.
- De producten op de bovenste planken zijn niet goed bereikbaar.
- Er is maar een kassa met een brede uitgang. Het kan gebeuren dat je dan in een lange rij moet wachten.
Deze supermarkt doet wel zijn best om het iedereen naar de zin te maken. Helaas is het nog niet helemaal perfect.
Wat ik nog niet heb genoemd is dat de bovenverdieping ook goed bereikbaar is met de lift. Gebruik van toiletten is gratis. Voor het invalidentoilet hoef je geen sleutel te vragen. Een aantal zaken in Alkmaar zijn niet goed toegankelijk voor mindervaliden. In ons land zitten we met vergrijzing. Een maatschappij die toegankelijk is voor mindervaliden is toegankelijk is iedereen.
Gisteren was ik even wezen kijken naar een wedstrijd rolstoelbasketbal van het eerste team in sporthal de Hoornse Vaart. Als je daar naartoe rijdt dan kom je langs een rij molens. Een van die molens is een paar weken geleden afgebrand. Het was mooi weer, maar er waren ook een paar dreigende wolken.

Ik heb er ook deze foto gemaakt. De Hoornse vaart is toch mooi he?
